Vastzetten van de grote teen

MTP-1-artrodese: het gewricht van de grote teen vastzetten

Een MTP-1-artrodese is een operatie waarbij de orthopeed het gewricht aan de basis van de grote teen vastzet. Op deze pagina leg ik uit wanneer deze operatie wordt besproken en wat dit betekent voor herstel, lopen, schoenen, werk en sport. Bij ernstige hallux rigidus of een zeer forse hallux valgus kan een artrodese een passende operatieve behandeling zijn, vooral wanneer het gewricht sterk beschadigd of vervormd is en een gewrichtssparende behandeling niet passend is.

Röntgenachtige illustratie van MTP-1 artrodese bij de grote teen
Illustratie van het principe: bij een MTP-1 artrodese wordt het pijnlijke grote-teengewricht in een gekozen stand vastgezet.

Wat is een MTP-1-artrodese?

MTP-1 is het gewricht aan de basis van de grote teen. Bij artrose kan bewegen in dat gewricht pijnlijk worden. Bij een artrodese zet de orthopeed dit gewricht vast, zodat het pijnlijke gewricht niet meer hoeft te bewegen. De botdelen moeten daarna aan elkaar vastgroeien.

Het gewrichtje verderop in de grote teen blijft wel beweeglijk. De grote teen wordt in een stand vastgezet die lopen en het dragen van schoenen zo goed mogelijk ondersteunt.

Wanneer wordt het grote-teengewricht vastgezet?

Een MTP-1 artrodese komt meestal pas in beeld als niet-operatieve maatregelen onvoldoende helpen. Denk aan ruimere schoenen, een stijvere zool, zoolaanpassing, aangepaste belasting of soms een injectie via de eigen behandelaar.

Bij de keuze voor een operatie beoordeelt de orthopeed eerst of het gewricht nog behouden kan worden. Als er veel artrose is, de pijn duidelijk uit het gewricht komt en er nog maar weinig beweging over is, kan het vastzetten van het gewricht meer voor de hand liggen dan een operatie die de beweging probeert te behouden.

Een artrodese kan ook worden besproken bij een zeer forse hallux valgus, vooral wanneer het MTP-1-gewricht sterk vervormd of beschadigd is. De keuze hangt niet alleen af van de stand op een röntgenfoto, maar ook van de pijn, de huid en drukplekken, schoenen, belastbaarheid en wat iemand in het dagelijks leven nodig heeft.

Wat zijn alternatieven voor een MTP-1-artrodese?

Niet iedere stijve of scheve grote teen hoeft te worden vastgezet. Afhankelijk van de oorzaak en de ernst kunnen ruimere of aangepaste schoenen, een stijve of afwikkelende zool, steunzolen, aanpassing van belasting of soms een injectie via de eigen behandelaar worden besproken.

Als een deel van het gewricht nog bruikbaar is, kan soms een gewrichtssparende operatie passen. Bij hallux rigidus kan dat bijvoorbeeld het verwijderen van pijnlijke botaanwas zijn. Bij hallux valgus bestaan andere standscorrecties. Welke mogelijkheid passend is, wordt per situatie beoordeeld.

Hoe verloopt een MTP-1-artrodese?

Tijdens de operatie verwijdert de orthopeed het resterende kraakbeen uit het beschadigde gewricht. De botoppervlakken worden voorbereid en in de gekozen stand tegen elkaar geplaatst. Meestal worden schroeven en een plaatje gebruikt om deze stand te behouden terwijl de botdelen aan elkaar vastgroeien. De precieze techniek kan verschillen.

In principe ga je op de dag van de operatie weer naar huis. Dat kan als de controles goed zijn en de pijn voldoende onder controle is. Soms is een overnachting nodig.

Uitlegillustratie van een MTP-1 artrodese met plaat en schroeven op het eerste middenvoetsbeentje
Schematische uitleg: plaat en schroeven houden het gewricht in positie terwijl het bot vastgroeit. De precieze techniek en stand kunnen per patiënt verschillen.
Het doel is minder pijn bij belasten, niet meer beweeglijkheid.

De grote teen wordt in een stand vastgezet die lopen en schoenen dragen zo goed mogelijk moet ondersteunen. De beweging in het MTP-1-gewricht komt na deze operatie niet terug. Het gewrichtje tussen de twee kootjes van de grote teen kan wel blijven bewegen.

Hoe bereid je je voor op een MTP-1-artrodese?

Voor de operatie bespreekt de preoperatieve screening onder meer de verdoving, gezondheid, allergieën en medicatie. Stop bloedverdunners of andere medicijnen alleen volgens de instructie van het behandelteam. Regel vooraf vervoer naar huis en vraag welke krukken, verbandschoen of hulp thuis nodig zijn.

Roken vergroot de kans op wondproblemen en op het niet goed vastgroeien van het bot. Bespreek daarom ruim vóór de operatie met het behandelteam welke ondersteuning bij stoppen met roken mogelijk is. Meld vóór de operatie ook wondjes of een ontsteking aan de voet en volg de ziekenhuisinstructies over eten, drinken en huidverzorging.

Hoe lang duurt het herstel na een MTP-1-artrodese?

Na de operatie heeft het bot tijd nodig om vast te groeien. De manier van belasten verschilt tussen ziekenhuizen en kan ook per patiënt verschillen. Volg daarom het schema van het eigen behandelteam, ook als algemene informatie op internet iets anders vermeldt.

Eerste dagen

Bescherm de wond en houd de voet volgens de instructies hoog om pijn en zwelling te beperken.

Eerste weken

Gebruik de voorgeschreven schoen of het gips en de krukken. Belasten gebeurt alleen volgens het meegegeven schema.

Daarna

Na wond- en röntgencontrole wordt lopen in gewone schoenen en later werk of sport stap voor stap opgebouwd.

Het nabehandelingsschema is niet overal hetzelfde.

In de huidige ETZ-patiënteninformatie is de gipsschoen direct belastbaar, worden de eerste weken krukken gebruikt en wordt de gipsschoen na ongeveer zes weken verwijderd. De persoonlijke ontslaginstructies en controles van het eigen behandelteam zijn altijd leidend.

Zwelling van de voorvoet kan nog maanden merkbaar zijn. Daardoor kan een gewone schoen in het begin krap zitten. Ook het opbouwen van loopafstand, werk en sport vraagt tijd. Het hersteltempo hangt onder meer af van wond- en botgenezing, ander voetlijden en de lichamelijke belasting.

Kun je na een MTP-1-artrodese normaal lopen en schoenen dragen?

Na herstel kunnen mensen soms beter lopen dan voor de operatie, vooral als de pijn vanuit het grote-teengewricht afneemt. Hoe dat uitpakt, verschilt per persoon. De voet wikkelt af via de gekozen stand van de teen, de schoen en de beweging in andere gewrichten van voet en enkel.

Schoenen moeten voldoende ruimte bieden bij de voorvoet en prettig afwikkelen. Hoge hakken en smalle schoenen zijn vaak minder geschikt. Terugkeer naar werk hangt af van de mogelijkheid om de voet hoog te leggen en van hoeveel iemand moet staan, lopen, tillen of autorijden.

Autorijden kan pas als de beschermende schoen of het gips niet meer nodig is, er geen medicatie wordt gebruikt die rijden onveilig maakt en een noodstop veilig kan worden uitgevoerd. Controleer ook de afspraken met het behandelteam en de verzekeringsvoorwaarden. Hardlopen en andere sporten met veel schokbelasting vragen een apart gesprek over verwachtingen, schoenen, ondergrond en eventuele andere voetproblemen.

Lopen

Vaak weer beter mogelijk na herstel, maar het looppatroon kan anders voelen.

Schoenen

Ruimte bij de voorvoet en een passende afwikkeling blijven belangrijk.

Sport

Sporthervatting is persoonlijk en vraagt afstemming op belasting en doelen.

Wat zijn de risico's van een MTP-1-artrodese?

Zoals bij elke operatie kunnen er complicaties optreden. De belangrijkste algemene risico's zijn wondproblemen, infectie, nabloeding, trombose en irritatie of beschadiging van een huidzenuw.

  • De botdelen kunnen niet of onvoldoende vastgroeien. Dit heet een non-union.
  • Een plaatje of schroef kan later irriteren.
  • De stand kan anders aanvoelen dan verwacht of problemen geven in bepaalde schoenen.
  • Er kan minder gevoel rond het litteken of de grote teen ontstaan.
  • Er kan extra druk en pijn onder de bal van de voet ontstaan. Dit heet transfermetatarsalgie.

Kan er pijn onder de tweede teen ontstaan na een MTP-1-artrodese?

Na een MTP-1-artrodese kan de druk tijdens het lopen meer naar de kleinere middenvoetsbeentjes verschuiven. Daardoor kan pijn onder de bal van de voet ontstaan, vaak ter hoogte van het tweede middenvoetskopje. Dit wordt transfermetatarsalgie genoemd. Ook klachten die vóór de operatie al elders in de voorvoet bestonden, kunnen daarna meer opvallen. De stand van de grote teen, de lengteverhoudingen van de middenvoetsbeentjes, schoenen en de manier van lopen kunnen hierbij een rol spelen. Lees ook de algemene uitleg over metatarsalgie.

Roken, wondproblemen en sommige gezondheidsfactoren kunnen de bot- en wondgenezing ongunstig beïnvloeden. De persoonlijke risico's en wat vóór de operatie kan worden verbeterd horen bij het gesprek met de orthopedisch chirurg. De keuze blijft een afweging tussen klachten, alternatieven, verwachtingen, gezondheid en herstelbelasting.

Wanneer neem je na de operatie contact op?

Neem dezelfde dag contact op met het eigen behandelteam bij een lekkende wond, toenemende roodheid of zwelling rond de wond, koorts boven 38 graden met ziek voelen, een knellend verband of gips, een koude of blauwe voet, nieuwe gevoelsstoornissen of snel toenemende pijn. Volg buiten openingstijden de meegegeven ziekenhuisinstructies. Bel 112 bij een levensbedreigende situatie, bijvoorbeeld bij plotselinge ernstige benauwdheid of pijn op de borst.

Vragen om met de orthopedisch chirurg te bespreken

Tijdens een beoordeling gaat het niet alleen om de röntgenfoto. Deze vragen kunnen helpen om de keuze en het herstel concreet te bespreken:

  • Komt mijn pijn vooral uit het MTP-1-gewricht of spelen ook andere problemen mee?
  • Welke niet-operatieve en gewrichtssparende mogelijkheden zijn nog passend?
  • Waarom past een artrodese in mijn situatie beter of minder goed dan een andere operatie?
  • Welke stand wordt nagestreefd en wat betekent dat voor mijn gewone schoenen?
  • Wat is het exacte schema voor wondzorg, belasten, krukken en controles?
  • Wat is mijn persoonlijke risico op niet-vastgroeien en wat kan ik vóór de operatie verbeteren?
  • Wanneer kan ik naar verwachting weer werken, autorijden en mijn eigen sport beoefenen?

Waar kan je terecht?

De meeste voetklachten beginnen niet bij een orthopedisch chirurg. Bij nieuwe of niet-acute klachten is de huisarts vaak het eerste aanspreekpunt; afhankelijk van de situatie kunnen ook fysiotherapie, podotherapie of schoentechnische zorg een rol spelen.

Als specialistische beoordeling passend is, kan de verwijzer gericht naar mij verwijzen via de gebruikelijke zorgkanalen. Bij een verwijzing op mijn naam voer ik de beoordeling in principe zelf uit. De wachttijd kan daardoor soms langer zijn. Voor afspraken, planning, uitslagen en praktische ziekenhuisinformatie zijn de officiële ETZ-kanalen leidend.

Is elders een MTP-1-artrodese voorgesteld en is er behoefte aan een tweede mening, dan kan de verwijzer daarvoor ook gericht naar mij verwijzen. Ik beoordeel de situatie opnieuw; een tweede mening betekent niet automatisch dat de eerdere beoordeling of behandelrichting verandert.

Veelgestelde vragen

Kun je na een MTP-1 artrodese normaal lopen?

Na herstel kunnen mensen soms beter lopen dan voor de operatie, vooral als de pijn vanuit het grote-teengewricht afneemt. Hoe dat uitpakt, verschilt per persoon en hangt af van herstel, schoenen, stand van de teen en eventuele andere voetklachten.

Hoe lang duurt het herstel na een MTP-1 artrodese?

De botdelen hebben meerdere weken nodig om vast te groeien. Een beschermende schoen of gips is vaak ongeveer zes weken nodig, maar het belastings- en controleschema verschilt per ziekenhuis en per patiënt. Zwelling en het opbouwen van gewone schoenen, werk en sport kunnen langer duren. De instructies van het eigen behandelteam zijn leidend.

Kun je na een MTP-1 artrodese nog hardlopen?

Hardlopen is na een MTP-1 artrodese niet voor iedereen hetzelfde haalbaar of verstandig. Sommige mensen kunnen sportief actief blijven, maar verwachtingen, ondergrond, schoenen en belasting moeten persoonlijk worden besproken.

Kan de grote teen na een MTP-1 artrodese nog bewegen?

Het MTP-1-gewricht zelf beweegt na een artrodese niet meer. Andere gewrichten in de voet en teen kunnen nog wel meebewegen, waardoor de voet vaak kan blijven afwikkelen.

Kun je gewone schoenen dragen na een MTP-1 artrodese?

Veel mensen kunnen na herstel gewone schoenen dragen, maar hoge hakken of schoenen met weinig ruimte bij de voorvoet zijn vaak minder geschikt. De praktische mogelijkheden hangen af van de stand, zwelling, schoenvorm en persoonlijke situatie.

Wanneer wordt een MTP-1 artrodese besproken?

Een MTP-1 artrodese kan worden besproken bij ernstige hallux rigidus met pijn en beperkingen, vooral als niet-operatieve maatregelen onvoldoende helpen en een gewrichtssparende operatie niet passend is. De operatie kan ook passen bij een zeer forse hallux valgus als het gewricht sterk vervormd of beschadigd is.