Enkel en artrose

Artrose van de enkel: pijn, stijfheid en minder beweeglijkheid

Artrose van de enkel betekent dat het gewricht minder soepel beweegt doordat kraakbeen, bot en gewrichtsweefsel zijn veranderd. Dat kan pijn, stijfheid, zwelling en verlies van loopafstand geven. Bij de enkel speelt eerder letsel, stand en stabiliteit vaak een grotere rol dan bij veel andere artrosevormen.

Illustratie van enkelgewricht en kraakbeen als context voor enkelartrose
Bij enkelartrose wordt gekeken naar de ruimte tussen de botten, de stand, oude letsels, het kraakbeen, de stabiliteit en de invloed op lopen, werk en dagelijks functioneren.

Wat is artrose van de enkel?

Hoe is het enkelgewricht opgebouwd?

Het enkelgewricht wordt gevormd door het scheenbeen, het kuitbeen en het sprongbeen. De uiteinden van het scheenbeen en kuitbeen vormen samen een soort vork om het sprongbeen. Aan de binnenkant is het uiteinde van het scheenbeen voelbaar als de binnenenkel; aan de buitenkant vormt het kuitbeen de buitenenkel. Het sprongbeen beweegt binnen deze enkelvork en maakt vooral het omhoog en omlaag bewegen van de voet mogelijk.

Gelabelde anatomische illustratie van het enkelgewricht met scheenbeen, kuitbeen, binnenenkel, buitenenkel, sprongbeen en hielbeen
Het scheenbeen en kuitbeen vormen de enkelvork rond het sprongbeen. De gewrichtsoppervlakken zijn bekleed met kraakbeen, zodat de botten soepel ten opzichte van elkaar kunnen bewegen.

Onder het sprongbeen ligt het hielbeen. Tussen deze twee botten bevindt zich het onderste spronggewricht, ook het subtalaire gewricht genoemd. Dat is een ander gewricht dan het enkelgewricht hierboven. Het helpt de achtervoet vooral naar binnen en buiten te kantelen en wordt verderop op deze pagina apart uitgelegd.

Artrose van de enkel betekent dat het enkelgewricht structureel veranderd is. Het kraakbeen kan dunner of onregelmatiger worden, het onderliggende bot kan reageren en het gewricht kan stijver, dikker of pijnlijker worden. Artrose gaat niet alleen over het kraakbeen; het is een samenspel van kraakbeen, bot, kapsel, ontstekingsreactie, stand en belasting.

De enkel draagt veel lichaamsgewicht op een relatief klein gewrichtsoppervlak. Een kleine standsverandering, oude breuk, kraakbeenbeschadiging of blijvende instabiliteit kan de belasting daardoor merkbaar veranderen. Dat maakt de enkel anders dan bijvoorbeeld de knie of heup.

De ernst op een röntgenfoto hoeft niet precies gelijk te lopen met wat iemand voelt. Sommige mensen hebben duidelijk zichtbare artrose en functioneren nog redelijk. Anderen hebben veel pijn of onzekerheid bij minder uitgesproken afwijkingen. De beoordeling gaat daarom over beeld, verhaal, onderzoek en wat iemand dagelijks wil kunnen doen.

Ontstaan en oorzaken

Enkelartrose ontstaat relatief vaak na eerder letsel. Het kan bijvoorbeeld gaan om een enkelbreuk, een breuk van het onderste deel van het scheenbeen, letsel van het sprongbeen, een ernstige enkelverzwikking, letsel van de stevige banden tussen scheenbeen en kuitbeen, kraakbeenletsel of een periode van chronische enkelinstabiliteit.

Artrose kan ook samenhangen met standafwijking van voet of enkel. Een naar binnen of buiten kantelende achtervoet, platvoet, holvoet of standsverandering na een breuk kan de druk ongelijk verdelen. Dan is de vraag niet alleen hoeveel artrose er is, maar ook of de stand het probleem onderhoudt.

Soms hangt enkelartrose samen met een ontstekingsziekte, een eerdere infectie, jicht, verminderde doorbloeding van een deel van het bot, de aangeboren stand van de voet of enkel, of een eerdere operatie. Bij jonge of sportieve mensen kan pijn rond de enkel ook een andere oorzaak hebben, zoals plaatselijke schade aan het kraakbeen, een enkel die onvoldoende stabiel is of beknelling aan de voor- of achterkant van de enkel. Zo'n beknelling wordt ook impingement genoemd. Daarom is het belangrijk niet te snel aan te nemen dat de klachten door artrose komen.

Artrose is geen diagnose op basis van alleen de pijnplek.

Pijn rond de enkel kan meerdere oorzaken hebben. De pijnplek alleen kan niet bepalen of de klachten echt door artrose komen of door een andere aandoening.

Welke klachten kunnen erbij passen?

Veel voorkomende klachten zijn pijn bij lopen, startstijfheid, minder beweeglijkheid, zwelling na belasting, moeite met traplopen, minder loopafstand en moeite met ongelijke ondergrond. Soms is er vooral diepe gewrichtspijn. Soms valt juist de stijfheid of standsverandering op.

De pijn kan aan de voorkant, binnenzijde of buitenzijde van de enkel zitten, afhankelijk van waar de artrose en extra botvorming zitten en hoe de voet staat. Bij gevorderde artrose kan de enkel dikker worden en kan afwikkelen of hurken lastiger worden.

Klachten zoals haperen, klikken of een slotgevoel passen niet automatisch bij gewone artrose alleen. Dan kan ook een los stukje bot of kraakbeen in het gewricht, kraakbeenletsel of beknelling meespelen. Pijn die vooral rond een pees zit, kan eerder bij een peesprobleem passen. Een duidelijk rode en warme enkel past ook niet zonder meer bij gewone artrose. In beide situaties is het belangrijk om ook naar andere mogelijke oorzaken te kijken.

Wat kan het ook zijn?

Kraakbeen-botletsel kan diepe pijn, zwelling na belasting en soms blokkeren geven zonder dat er al uitgebreide artrose is. Een los fragment kan klachten zoals haperen of blokkeren geven. Beknelling aan de voorkant van de enkel (anterieur impingement) geeft vaker pijn aan de voorzijde bij diepe buiging omhoog.

Beknelling aan de achterkant van de enkel (posterieur impingement) of een os trigonum geeft eerder pijn achter in de enkel bij spitsstand. Peroneuspeesklachten, tibialis posterior-peesklachten, achillespeesklachten of sinus tarsi-klachten kunnen rondom de enkel pijn geven terwijl het gewricht zelf niet de hoofdbron is.

Subtalaire artrose: artrose onder het enkelgewricht

Het subtalaire gewricht, ook het onderste spronggewricht genoemd, ligt direct onder het enkelgewricht. Het bevindt zich tussen het sprongbeen en het hielbeen. Dit gewricht helpt de achtervoet naar binnen en buiten te kantelen, zodat de voet zich kan aanpassen aan een ongelijke of schuine ondergrond. Het bovenste spronggewricht—wat meestal met het enkelgewricht wordt bedoeld—zorgt juist vooral voor het omhoog en omlaag bewegen van de voet.

Artrose van het onderste spronggewricht kan een diepe pijn in de achtervoet geven, vaak aan de buitenkant net onder de enkel. Ook stijfheid, zwelling en moeite met lopen op ongelijke grond kunnen voorkomen. De pijn kan aanvoelen als enkelpijn, waardoor het niet altijd direct duidelijk is uit welk gewricht de klachten komen. Subtalaire artrose en artrose van het bovenste spronggewricht kunnen bovendien tegelijk aanwezig zijn. Onderzoek en beeldvorming kunnen helpen om beide gewrichten van elkaar te onderscheiden. Het is belangrijk om vast te stellen welk gewricht de klachten veroorzaakt, omdat de behandelmogelijkheden per gewricht verschillen.

Gewricht

Enkelartrose

Pijn, stijfheid, zwelling en minder loopafstand door verandering van het enkelgewricht.

Letsel

Kraakbeen of los fragment

Diepe pijn, haperen, slotklachten of zwelling na belasting kunnen een ander spoor geven.

Mechaniek

Stand of instabiliteit

Een scheve stand of instabiele enkel kan artrose veroorzaken, onderhouden of nadoen.

Onderzoek en beeldvorming

De beoordeling begint met het verhaal: duur van de klachten, eerdere breuken of verzwikkingen, eerdere operaties, loopafstand, werkbelasting, sport, schoenproblemen, de plek van de pijn, zwelling, stijfheid en klachten zoals haperen of blokkeren. Het maakt ook uit of iemand vooral pijn heeft, vooral stijfheid, of vooral moeite met stand en afwikkeling.

Bij lichamelijk onderzoek wordt gekeken naar looppatroon, stand van voet en achtervoet, beweeglijkheid van enkel en omliggende gewrichten, drukpijn, zwelling, stabiliteit, pezen, kracht en de plek waar de pijn wordt uitgelokt. De knie, heup en andere voetgewrichten kunnen indirect ook invloed hebben op de belasting.

Staande röntgenfoto's zijn vaak belangrijk, omdat artrose en de stand onder belasting beter te beoordelen zijn. De foto's laten onder meer zien hoeveel ruimte er tussen de botten is en of er extra botvorming, scheefstand of sporen van een oude breuk zijn. Ook de omliggende gewrichten worden bekeken. Soms zijn aanvullende opnamen van het hele been, de achtervoet of de voet nodig.

Röntgenfoto van een enkel met een versmalde en ongelijkmatige gewrichtsspleet en extra botvorming
Voorbeeld van enkelartrose op een röntgenfoto. De ruimte tussen het scheenbeen en sprongbeen is plaatselijk smaller en er is extra botvorming te zien. Een röntgenfoto wordt altijd samen met de klachten en het lichamelijk onderzoek beoordeeld.

Een CT-scan kan meer detail geven over het bot, de stand, oude breuken, artrose onder het enkelgewricht of de voorbereiding op een operatie. MRI is niet altijd nodig bij duidelijke artrose, maar kan zinvol zijn bij twijfel over kraakbeenletsel, veranderingen in het bot, pezen, banden, ontsteking of ander weefsel rond de enkel.

Wat kan eerst zonder operatie worden geprobeerd?

Behandeling zonder operatie is meestal de eerste stap. Het doel is om de belasting beter te verdelen, de enkel zo goed mogelijk te blijven gebruiken en pijn en beperkingen te verminderen. Meestal gaat het om een combinatie van belasting sturen, gericht oefenen en ondersteuning met een schoenaanpassing of brace.

De praktische basis is blijven bewegen zonder de enkel steeds te overbelasten. Dat betekent dat loopafstand, ondergrond, sportvorm en rustmomenten bewust op elkaar worden afgestemd. Een fysiotherapeut kan helpen om deze balans te vinden en tegelijk te werken aan kracht, beweeglijkheid, balans en looppatroon.

Start: belasting sturen

Het uitgangspunt is blijven bewegen, met aanpassing van loopafstand, ondergrond, sport en herstelmomenten. Een wandelstok of ander loophulpmiddel kan de enkel zo nodig tijdelijk ontlasten.

Begeleiding: fysiotherapie

Een fysiotherapeut kan begeleiden bij het doseren van belasting. Oefeningen kunnen daarnaast helpen bij kracht, beweeglijkheid, balans en looppatroon.

Schoen en afwikkeling

Een stevige schoen, rockerzool, afwikkelvoorziening of zool kan de enkelbelasting veranderen.

Zo nodig: extra steun

Een enkelbrace, enkel-voetorthese (AFO), aangepaste schoen of maatschoen kan beweging begrenzen of de stand ondersteunen. Welke voorziening passend is, hangt onder meer af van de huid, de stand en het doel.

Deze onderdelen worden vaak gecombineerd en hoeven niet één voor één te worden doorlopen. Welke combinatie passend is, hangt onder meer af van de klachten, de stand, de beweeglijkheid, de stabiliteit en wat iemand in het dagelijks leven wil kunnen blijven doen. Het directe onderzoek naar het effect van fysiotherapie, braces, orthesen en schoenaanpassingen bij enkelartrose is nog beperkt.

Ook algemene belastbaarheid telt mee. Conditie, spierkracht, slaap, herstel en gewicht kunnen de belasting op een pijnlijke enkel beinvloeden.

Pijnstilling of ontstekingsremmende medicatie hoort via de eigen huisarts of behandelaar te worden afgestemd, zeker bij maag-, nier-, hart- en vaatziekten, bloedverdunners of andere medicatie. Ik geef op deze website geen doseringen of persoonlijk medicatieadvies.

Een injectie met een corticosteroïd kan in geselecteerde situaties worden besproken, bijvoorbeeld bij een pijnlijke opvlamming of om te beoordelen hoeveel pijn uit het gewricht komt. Het effect kan tijdelijk of onvoldoende zijn. Mogelijke nadelen zijn napijn, infectie, een tijdelijk hogere bloedsuiker en veranderingen van huid of vetweefsel rond de prikplaats. Een injectie verandert een onderliggende scheefstand of beschadiging van het gewricht niet.

Wanneer operatieve richtingen worden besproken

Wanneer klachten aanhouden na een niet-operatief traject, kan een operatie worden besproken.

  • Kijkoperatie
  • Standscorrectie
  • Enkelartrodese: het vastzetten van de enkel
  • Enkelprothese

Een kijkoperatie kan soms worden besproken bij klachten zoals haperen of blokkeren, extra botvorming of een los fragment, maar past niet bij elke vorm van artrose. Bij scheefstand kan een standcorrectie soms relevant zijn, vooral als een deel van het gewricht nog relatief gespaard is. Bij gevorderde artrose komen vooral het vastzetten van de enkel of een enkelprothese als grote operaties in beeld.

Voor deze operatieve richtingen is goed vergelijkend onderzoek beperkt. Er bestaat daarom geen algemene voorkeur voor een artrodese of enkelprothese.

Bij een artrodese, het vastzetten van het enkelgewricht, is het doel om pijn uit dat gewricht te verminderen. Dat kan ten koste gaan van beweging in de enkel en kan omliggende gewrichten anders belasten. Bij een enkelprothese wordt het gewricht vervangen met als doel beweging te behouden, maar dat vraagt passende botkwaliteit, stand, gezond weefsel rond de enkel, passende dagelijkse belasting en reële verwachtingen.

Mogelijke risico's van operatieve behandeling zijn wondproblemen, infectie, trombose, zenuw- of vaatletsel, stijfheid, zwelling, restpijn, niet-vastgroeien na het vastzetten van de enkel, loslating of slijtage van een prothese, standsproblemen, beperkingen in activiteit en soms een nieuwe operatie of verdere behandeling. De juiste keuze is persoonlijk en vraagt beoordeling in een behandelrelatie.

Hoe bereid je een consult voor?

Het helpt om vooraf te noteren wat de grootste beperking is: pijn, stijfheid, zwelling, loopafstand, werk, sport, traplopen, ongelijke ondergrond of schoenproblemen. Beschrijf ook wanneer de klachten begonnen, of er ooit een breuk of zware verzwikking was, en welke behandelingen al geprobeerd zijn.

Neem beschikbare röntgenfoto's, CT- of MRI-verslagen, operatieverslagen, fysiotherapie-informatie, brace- of zoolervaringen en medicatieoverzicht mee. Bij enkelartrose is de voorgeschiedenis vaak net zo belangrijk als de actuele foto.

Waar kan je terecht?

Op deze pagina geef ik algemene uitleg over artrose van de enkel. Dit is geen officiële ETZ-patiëntinformatie en vervangt geen persoonlijke medische beoordeling. Bij nieuwe of acute klachten is de huisarts of huisartsenpost vaak het eerste aanspreekpunt. Bij langer bestaande artroseklachten kunnen fysiotherapie, podotherapie, schoentechniek of de eigen behandelaar een rol spelen.

Als specialistische beoordeling passend is, kan de verwijzer gericht naar mij verwijzen via de gebruikelijke zorgkanalen. Bij een verwijzing op mijn naam voer ik de beoordeling in principe zelf uit. De wachttijd kan daardoor soms langer zijn. Voor afspraken, planning, uitslagen en praktische ziekenhuisinformatie zijn de officiële ETZ-kanalen leidend.

Is artrose van de enkel al elders vastgesteld of beoordeeld en is er behoefte aan een tweede mening, dan kan de verwijzer daarvoor ook gericht naar mij verwijzen. Ik beoordeel de situatie opnieuw; een tweede mening betekent niet automatisch dat de eerdere beoordeling of behandelrichting verandert.

Deel via deze website geen medische gegevens, foto's, verwijsbrieven of vragen over lopende zorg. Gebruik deze website niet bij spoed of acute klachten. Neem dan contact op met de huisarts, huisartsenpost, de geldende spoedlijn of bel 112 wanneer dat nodig is. Voor persoonlijke medische vragen blijven de officiële zorgkanalen leidend.

Veelgestelde vragen

Wat is artrose van de enkel?

Bij enkelartrose verandert het kraakbeen in het gewricht waar de enkelvork van scheenbeen en kuitbeen om het sprongbeen beweegt. Het kraakbeen kan dunner of onregelmatiger worden en ook het bot eronder kan veranderen. Daardoor kan de enkel minder soepel bewegen en kunnen pijn, stijfheid en zwelling ontstaan.

Komt enkelartrose vaak door eerder letsel?

Ja, enkelartrose ontstaat relatief vaak na eerder letsel. Eerdere breuken, ernstige verzwikkingen, kraakbeenletsel, instabiliteit of standsafwijking kunnen later bijdragen aan het ontstaan van artrose.

Welke klachten passen bij enkelartrose?

Klachten kunnen bestaan uit pijn bij lopen, startstijfheid, verminderde beweeglijkheid, zwelling na belasting, moeite met ongelijke ondergrond, minder loopafstand en soms standsverandering.

Wordt enkelartrose vanzelf steeds erger?

Beschadigd kraakbeen herstelt meestal niet volledig, maar klachten hoeven niet voortdurend toe te nemen. Pijn en zwelling kunnen wisselen en worden mede beïnvloed door belasting, spierkracht, stand, schoenen en tijdelijke opvlammingen. Veranderingen op een röntgenfoto lopen bovendien niet altijd gelijk met wat iemand voelt of dagelijks kan.

Wat kan lijken op artrose van de enkel?

Kraakbeenletsel, een los stukje bot of kraakbeen in het gewricht, beknelling in de enkel (impingement), peesklachten, een instabiele enkel en pijn na een breuk kunnen op enkelartrose lijken of ermee samengaan.

Wanneer zijn röntgenfoto's of scans zinvol?

Staande röntgenfoto's laten zien hoeveel ruimte er nog tussen de botten is en hoe de enkel staat. Een CT-scan geeft meer detail van het bot. Een MRI-scan kan soms helpen bij vragen over kraakbeen, pezen, banden en ander weefsel rond de enkel.

Wat kan zonder operatie worden geprobeerd?

Meestal begint behandeling zonder operatie met belasting sturen en blijven bewegen, zo nodig begeleid door fysiotherapie. Afhankelijk van de situatie kunnen een schoenaanpassing, afwikkelzool, brace of podotherapie worden toegevoegd. Ook gewichts- en conditiefactoren, pijnstilling via de eigen arts en soms injecties kunnen worden besproken.

Kan een cortisoninjectie helpen bij enkelartrose?

Bij een pijnlijke opvlamming kan een injectie met een corticosteroïd, ook cortison genoemd, soms tijdelijk verlichting geven. Het wetenschappelijke bewijs hiervoor bij enkelartrose is nog beperkt. Het effect kan tijdelijk of onvoldoende zijn en een injectie verandert een onderliggende scheefstand of beschadiging van het gewricht niet. Of een injectie zinvol kan zijn, vraagt een persoonlijke afweging met de behandelaar.

Helpt hyaluronzuur bij enkelartrose?

Hyaluronzuur alleen wordt niet aanbevolen bij enkelartrose, omdat geen overtuigend voordeel is aangetoond. De combinatie van hyaluronzuur en corticosteroïd geeft mogelijk kortdurend meer verlichting dan alleen corticosteroïd, maar is niet goed met een placebo vergeleken. Daardoor is niet zeker hoeveel deze combinatie zelf toevoegt. Dit sluit aan bij de AAOS-richtlijn voor enkelartrose.

Helpt PRP bij enkelartrose?

PRP is een injectie met bloedplaatjes uit het eigen bloed. In de oorspronkelijke gerandomiseerde studie van Amsterdam UMC en vijf andere Nederlandse centra bij 100 mensen werkten twee PRP-injecties na 26 weken niet beter dan injecties met zout water voor pijn en dagelijks functioneren. Ook in de vervolgstudie na één jaar werd geen voordeel gevonden. De huidige AAOS-richtlijn voor enkelartrose raadt PRP daarom niet standaard aan.

Helpen stamcelinjecties bij enkelartrose?

Voor stamcelinjecties in de enkel is nog geen betrouwbaar bewijs dat ze pijn verminderen, de functie verbeteren of beschadigd kraakbeen herstellen. Daarom gelden stamcelinjecties niet als een standaardbehandeling voor enkelartrose. Dit sluit aan bij de AAOS-richtlijn voor enkelartrose.

Wanneer komt een operatie in beeld?

Een operatie kan worden besproken bij duidelijke beperkingen en als onderzoek en foto's daarbij passen. Mogelijkheden zijn een correctie van de stand, een kijkoperatie bij bepaalde klachten, het vastzetten van de enkel of in sommige situaties een enkelprothese.

Wat is het verschil tussen artrodese en enkelprothese?

Bij een artrodese wordt het enkelgewricht vastgezet om pijn uit dat gewricht te verminderen. Bij een enkelprothese wordt het gewricht vervangen om beweging te behouden. Welke optie past hangt onder meer af van botkwaliteit, stand, dagelijkse belasting, omliggende gewrichten en verwachtingen.